03-02-06

Een terugblik

Vooreerst dit: het gaat goed met mij, of beter gezegd, met ons. Mijn echtgenote is immers ook betrokken in dit verhaal. Nogmaals, zonder haar had dit verhaal ongetwijfeld een triestig einde gekend, daar ben ik zeker van.

Nu terug naar waar ik vorige keer gestopt was…
Na de operatie van de lever, waar alle metastasen zijn weggenomen, is het herstel vlot verlopen. De snede zorgde wel voor enig ongemak, ook nu nog. Een “trekkend” gevoel. Sommigen beweren dat het weer een grote invloed zou hebben, zoals ze dat ook beweren bij iemand met een gebroken lidmaat. Enig duidelijk herkenbaar patroon heb ik echter nog niet kunnen ontdekken.

De diarree is het grootste en vervelendste probleem. Ik moet heel goed opletten wat ik eet. Vet is uit den boze en het wekelijks ritueel van mijn “Kasteelbierke” heb ik noodgedwongen geschrapt. Soms durf ik wel eens “foert” zeggen, met als gevolg protesterende darmen, en dat is dikwijls nogal luidruchtig:-).

We gaan regelmatig uit eten. Steevast hebben we reserve ondergoed mee. Een afspraak met mijn echtgenote is dat wanneer ik mij verwijder om naar het toilet te gaan en ik blijf te lang weg, dan weet ze dat ik in de problemen zit. Dan verdwijnen we stilletjes, richting thuis. Wel zullen we steeds vooraf onze tafelgenoten informeren dat zoiets kan gebeuren, en weet je wat? Als je dat op voorhand meedeelt, dan kijkt niemand verbaasd op en is iedereen zeer begripvol. Trouwens: waarom verstoppertje spelen? Ook de koning moet soms … Het is reeds dikwijls gebeurd dat ik met “een pakske” in de broek thuiskom.
Wanneer ik nogal wat wijn drink (niet dat ik alcoholist ben) dan heb ik het reeds twee keer voorgehad dat ik ’s nachts in mijn bed wakker werd en moest vaststellen dat er “een en ander” uitgelopen is: zonder dat ik daar iets van voelde. De commotie, midden in de nacht, is dan natuurlijk groot: een gans bed “betaterd”, lakens verversen, de matras geplekt, naar de douche…ik wens het niemand toe. Wie het al eens meegemaakt heeft weet waarover ik het heb. Je voelt je net een klein kind. Ook al ben je 30 jaar getrouwd, de gène blijft!

Ik heb een zwaar moment gekend.
Tijdens mijn chemo heb ik iemand leren kennen waarmee heel spontaan een beetje van een band ontstond. Dirk was zijn naam. Hij was er altijd eerst, in de dagkliniek oncologie, en stond ons op te wachten aan de deur van de kamer. Hij vroeg steeds aan de verpleegster om ons op dezelfde kamer te leggen. Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar op onze kamer, tijdens de chemo, was er steeds ambiance. Zowel dokters, verpleegsters als begeleiders wisten dat op onze kamer zwartgalligheid en moedeloosheid taboe waren.Enkele weken na het beëindigen van mijn chemo ontving ik het ontstellende bericht dat Dirk was overleden, zonder zijn chemo te kunnen afmaken.Dat overlijden heeft mij diep geraakt. Dirk was een fantastisch man. Mijn vrouw moest altijd lachen, ze vond dat hij, in profiel, heel erg op Firmin Crets leek, je weet wel, den boxeur van Chris Van Den Durpel. Hij heeft het niet gehaald. Contact opnemen met zijn partner durf ik niet. Waarom niet? Een zeker schuldgevoel: ik loop hier nog rond, Dirk niet. Misschien wel fout van mij…

Ook heb ik goede contacten overgehouden aan Antoine. We lagen op dezelfde kamer voor de operatie wegnemen stoma. Via email onderhouden we nog contact, en we hebben afgesproken om op regelmatige basis eens uit te gaan eten, en dat is ondertussen reeds 1 keer gebeurd. Ik kijk uit naar de volgende keer, en dat zal voor heel binnenkort zijn.

Gisteren heb ik een ganse voormiddag in de kliniek doorgebracht: eerste grote controle na het beëindigen van de chemo.
Eerst een bloedafname. Mijn lijf is al bijna als een vergiet, maar ik kan toch nog steeds geen naaldprikken verdragen.
Daarna een scan. Vooraf een fles “pap” drinken. Ik had daar 45 minuten tijd voor. Goed smaken deed het niet hoor, maar kom.
Na een goed uur mocht ik aantreden: alle kleren uit en een witte hospitaalschort aandoen. Een erg komisch zicht, al zeg ik het zelf!
Na een goede 5 minuten was het mijn beurt om onder de machine te gaan. Eerst nog een infuus (weer een prik) en dan…“We moeten u “langs achter” ook een contrastvloeistof inspuiten zodat je dikke darm goed zichtbaar zou zijn op de foto”. Amai, die sonde in mijn poep, da’s ook maar een raar gevoel. Toch 1 voordeel: nu weet ik ook hoe het voelt bij homo’s :-).
Enfin, ik voelde vloeistof in mijn buik vloeien, “ongeveer 1 liter” zei de vriendelijke verpleegster, bijgestaan door een zo mogelijk nog vriendelijker collega. “En goed proberen ophouden hé, mijnheer!”. De billen dan maar toeknijpen en afwachten of ik het kan houden. Stel je voor dat je een “fuite” hebt…Na het beëindigen van de scansessie bleef er toch een flinke “bruine” plek achter op de onderlegger. “Je moet daar niet mee inzitten” anticipeerde de verpleegster. Ze had waarschijnlijk mijn gène bemerkt.Mijn respect voor mensen in de verpleging wordt met de dag groter.

Hé, La Vervotte, betaal die mensen een degelijk loon! Ze verdienen het!

Op 16-02-2006 worden de resultaten besproken. Het wordt dus eventjes spannend gedurende de komende 14 dagen.
Besluiten wil ik met mijn leuze “We’ll raise up our glasses against evil forces!"

19:27 Gepost door Pierke | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Partner Das ieder voor zich om dat te beslissen natuurlijk. Maar ik denk dat de partner van Dirk het fijn zou vinden (nog) iets van je te horen. Ik zou dat toch fijn vinden ... "tenminste iemand die het gehaald heeft" zou ik denken

Dat schuldgevoel waar je mee zit is niet meer dan normaal. Dat heeft iedereen die kan "wegwandelen" van iets waar slachtoffers vielen (ongeluk, oorlog, natuurramp, ziekte ...)

Ik weet zeker dat Dirk én partner veel steun aan je hebben gehad, zo'n "ambiance" maak je immers met twee, niet ?

Gepost door: Jo | 08-02-06

De commentaren zijn gesloten.